De aansprakelijkheid van de aannemer: tien jaar tijd?

Dit artikel delen...
Het oprichten van een bouwwerk loopt niet altijd gesmeerd. Elkeen kan fouten maken, zo ook de aannemer.Ten aanzien van zijn opdrachtgever blijft de aannemer voor zijn fouten of voor de gebreken in het bouwwerk tien jaar aansprakelijk. Dit is de algemene waarborgtermijn die gelijk staat met de verjaringstermijn van tien jaar (artikel 2262bis § 1 BW).

Naast de waarborgtermijn is er evenwel ook een proceduretermijn. Dit is de termijn waarbinnen men een vordering moet instellen voor de rechtbank, wil men schadevergoeding bekomen van de in gebreke blijvende aannemer. Deze bedraagt niet in alle gevallen tien jaar. Dit hangt immers af van de ernst van de gebreken. Sommige fouten geven aanleiding tot lichte gebreken, andere zijn ernstig, vermits zij de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen.

Alleen voor gebreken die de stabiliteit in gedrang brengen, is de proceduretermijn gelijk aan de waarborgtermijn. Tien jaar dus (maar ook geen dag langer). Ook wanneer de bouwheer reeds langere tijd bekend was met de ernstige gebreken, kan hij nog de 3.650ste dag wachten met het dagvaarden voor de rechtbank. Voor lichte gebreken geldt daarentegen als regel dat een vordering voor de rechtbank binnen een “redelijke” termijn na het ontdekken van de gebreken moet worden ingesteld; laat men de redelijke termijn verstrijken, dan wordt aangenomen dat de bouwheer de gebreken aanvaard heeft.

Waar wordt de grens getrokken tussen een licht en een ernstig gebrek?

De rechtspraak stelt dat de tienjarige proceduretermijn enkel geldt voor ernstige gebreken die daadwerkelijk een impact hebben op de stevigheid van het gebouw of die een belangrijk onderdeel ervan onbruikbaar én effectief ongeschikt maken voor het beoogde gebruik. Deze voorwaarde werd vroeger dermate ruim geïnterpreteerd dat ondermeer elke waterinfiltratie als oorzaak van mogelijk tenietgaan kon worden aanzien; door aanhoudende infiltraties kan op termijn immers betonrot optreden en dit kan dan weer de stabiliteit van het bouwwerk in het gedrang brengen. Intussen is de rechtspraak strikter geworden. Thans zal de bouwheer moeten aantonen dat door deze infiltraties de stabiliteit van de constructie effectief in het gedrang komt. Louter hypothetische risico’s, zoals een kleine infiltratie die – wanneer zij onbehandeld blijft – aanleiding zou kunnen geven tot meer ernstige problemen die de stabiliteit van de constructie zouden kunnen aantasten, worden in het algemeen niet meer aanzien als vallend onder de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer.

Vanaf wanneer loopt de tien jaar?

In principe loopt de tien jaar vanaf datum van definitieve oplevering (indien er met een dubbele oplevering gewerkt werd). Partijen kunnen hier evenwel steeds – ook wanneer de woningbouwwet toepassing vindt – van afwijken en bedingen dat de tienjarige aansprakelijkheid reeds begint te lopen vanaf de voorlopige oplevering.

Hoe wordt de proceduretermijn gestuit?

Dit kan enkel door een dagvaarding voor de rechtbank te laten betekenen aan de aannemer. Een aangetekende ingebrekestelling heeft geen stuitende werking, tenzij zij betekend wordt door een advocaat en voldoet aan de wettelijke voorschriften om als een “verjaringsstuitende ingebrekestelling” te gelden.

Ivan Coppens
Advocaat | Theoma
Dit artikel delen...